Archives for admin

Een voorschot

Afgelopen weekeinde hield het Internationale Stefan Zweig Gesellschaft in Salzburg haar jaarlijkse bijeenkomst. Wij waren erbij  en  zullen u hier komende weken over berichten.

Als voorschot hierop laten wij afdrukken zien van een geschenk dat wij van onze Oostenrijkse vrienden kregen.
Zij lieten een klein boekje maken van een document uit de beroemde handschriften verzameling van Stefan Zweig.
Het betreft  een afdruk van tekeningen die de schrijver, componist en tekenaar  E.T.A. Hoffmann (1776 – 1822) op beide zijden van een gebruikte enveloppe maakte van de kapriolen (van voren en van achteren gezien) die de Russische contrabassist  DellOcca op een concert in Berlijn (1820) maakte.

Wij hopen in de komende tijd nog de originele digitale versie te krijgen van zowel de afbeeldingen als de toelichting erop van Kaltërina Latifi en van Olivier Matuschek. Als de uitgever toestemming geeft zullen wij u deelgenoot maken.

Nu alvast een gescande versie van de afbeeldingen.
dal2 dal1

De lessen van Zweig

zweig

De lessen van Zweig
Stefan Zweig, ,De wereld van gisteren. Herinneringen van een Europeaan’, uitg. De Arbeiderspers, 432 p. Vertaling: Willem van Toorn.

Sommige boeken zijn het equivalent van een multifunctioneel Zwitsers legermes dat je wapent in wat we gemeenzaam ,het leven’ noemen. Ze bieden niet alleen leesplezier, maar ook kennis en wijsheid.

Zo blader ik af en toe in ,Handorakel en de kunst van de voorzichtigheid’ van de zeventiende-eeuwse Spaanse jezuïet Baltasar Gracián: een bundel amorele levensregels in dienst van zelfbehoud en macht. Om een biotoop als de Wetstraat  te doorgronden verschaft Gracián meestal meer inzicht dan de verzamelde krantencommentaren van de dag. Bovendien is ,Handorakel’ ook bruikbaar als tijdloze overlevingsgids in de killing fields van de werkvloer en het sociale verkeer. Maar als invloedrijkste leermeester van mijn boekenkast moet de cynische, geslepen Gracián het afleggen tegen een schrijver die zowat zijn tegenpool is: de Oostenrijks-joodse humanist Stefan Zweig.

Rasverteller Zweig was ooit één van de meest gelezen schrijvers ter wereld. Zijn werk verscheen in meer dan vijftig talen en omvat bijna alle genres.  Daaronder ook  zijn autobiografie  ,De wereld van gisteren’, een vuistdikke bundel herinneringen aan het krakende, scheurende Europa in de decennia voor de Tweede Wereldoorlog.  Ik ken geen scherper geslepen lens om naar de huidige tijd en het huidige Europa te kijken dan dit boek.
Laat ik beginnen bij Zweigs einde.

In de avond van 22 februari 1942 speelde hij een laatste partijtje schaak met een  buurman in het Braziliaanse Petropolis en bracht vervolgens zichzelf en zijn vrouw Lotte om het leven met een overdosis van het slaapmiddel Veronal. Zweig was zestig.  In een nagelaten notitie bedankte hij Brazilië dat hem als emigrant op de vlucht voor het naziregime asiel geboden had en drukte hij zijn wanhoop uit over de donkere toekomst van  Europa.

,De wereld van gisteren’, postuum verschenen in 1944, kun je lezen als de lange versie van deze afscheidsbrief.  Zweig zet de magazijnen van zijn geheugen open en richt zich tot de volgende generaties, in de hoop dat ze lering trekken uit de onwaarschijnlijke opeenvolging van omwentelingen die zijn gedoemde generatie onderging.

Als rondreizende kosmopoliet maakte Zweig  de twee meest bloedige oorlogen uit de wereldgeschiedenis mee, hij zag het fascisme en bolsjevisme opkomen, geld waardeloos worden, revolutie, hongersnood en epidemiën uitbreken. Van de machtige, bijna duizend jaar oude Oostenrijkse monarchie waarin hij geboren werd , bleef aan zijn dood niets  meer over. ,Al de vale paarden van de apocalyps zijn door mijn leven gestormd’, noteert hij.  Hij was rijk en arm, vrij en onvrij, thuis en ontheemd. Zijn werk werd bejubeld en even later in het openbaar op brandstapels gegooid.

Voor Europa fataal in een draaikolk kwam, leefde Zweig in wat hij ,de gouden eeuw van de zekerheid’ noemt.  Brandpunt is Wenen, de artistieke metropool  waarin hij opgroeide, het centrum van een vermeend multicultureel modelland dat uitblonk in stabiliteit. De Oostenrijkse kroon werd uitgegeven in zuiver goud en leek daarmee bestand tegen de eeuwigheid. Wetenschap en techniek galoppeerden vooruit als nooit tevoren. Zelfs in de uithoeken van de hoofdstad brandde ’s avonds elektrisch licht in de straten, als symbool van de rede die doordrong tot de donkerste uithoeken. ,Aan barbaarse vormen van regressie, zoals oorlogen tussen Europese volkeren, geloofde men even weinig als aan heksen en spoken,’ schrijft Zweig.

De Belgische les

En toch slaapwandelde die liberale, zichzelf zo vertrouwende oude wereld met open ogen  naar de afgrond van de Eerste Wereldoorlog. Geen krachtiger bedrog dan zelfbedrog. Vrede, welvaart en vooruitgang zijn harde narcotica. Ze maken ongevoelig, doof en blind voor de tekenen die verraden dat de neergang altijd op de loer ligt en wellicht dichterbij is dan gedacht. Noem het de les van Zweig. We zijn de architecten van onze eigen luchtkastelen omdat we de illusie van eeuwige voorspoed koesteren boven de werkelijkheid.

Als Vlaming, geboren in 1965, heb ik zelf geleefd in een relatief schokvrije tijd. Economische crisissen joegen hier nooit plunderaars de straten op, geen leger loste hier ooit een kanonschot. In de decennia na de Tweede Wereldoorlog kon bijna heel mijn familie doorstoten naar de middenklasse, een positie die ze zoals de meeste Vlamingen vrij makkelijk kon vasthouden. Vandaag duurt de periode van vrede en welvaart al zo lang dat ze door een voorzienigheid gegarandeerd lijkt, net zoals de inwoners van Wenen in het novecento dachten.

Ik hoefde niet verder te reizen dan ons ‘binnenste buitenland’ Wallonië om de les van Zweig tegen te komen. Mijn leeftijdsgenoten uit pakweg de Molinay-wijk in Seraing woonden begin jaren ’80 nog in bruisende straten met cafés, een bioscoop en een grand bazaar. Het geld bleef rollen op het ritme van de nooit rustende pletwalsen in de Cockerill-fabrieken.  Maar na de instorting van de staalindustrie, nauwelijks vijftien jaar later, was de wijk een getto van armoede geworden. Ik moest ook vaak aan Zweig denken in de bejaardenhuizen van de Waalse industriesteden waar de laatste Vlaamse economische migranten zaten. De armoedorpen die ze ontvlucht waren bleken aan het eind van hun leven rijke verkavelingsgemeenten geworden. En de Waalse steden die ooit hun redding waren hadden de hoogste werkloosheids- en armoedecijfers van Noord-Europa. Die kanteling had zich voltrokken in een half mensenleven.

Vaderland Europa

In ,De wereld van gisteren’ benoemt Zweig  Europa  als ,het vaderland van mijn hart’.  Als propagandist van een verenigd Europa zonder nationalisme (,die oerpest’) zou hij ongetwijfeld gruwen van de technocraten, boekhouders, valse profeten en graaiers die zijn Europese droom vandaag gekaapt hebben. Ik wed dat het gesjacher met Griekenland hem had doen denken aan bepaalde praktijken in het Oostenrijkse prostitutiewezen waaraan hij een aantal van zijn allerbeste pagina’s wijdt. En wellicht zou de angst hem om het hart slaan als hij de kranten van de laatste jaren leest. ,De demonen zijn niet weg, maar ze slapen,’ zei Jean-Claude Juncker twee jaar geleden, verwijzend naar de aanloop van de Eerste Wereldoorlog. Onlangs waarschuwde Donald Tusk voor ,een prerevolutionair klimaat  in Europa’.  Het hadden quotes uit ,De wereld van gisteren’ kunnen zijn, dat mede daardoor vandaag leest als een onheilspellend rinkelende alarmbel.

Maar hiermee zijn we ook bij een zwakte van de Gutmensch Zweig aanbeland. Als romantische  eurofiel mist hij de praktische intelligentie die de broodnuchtere Jean Monnet (één van de stichters van de Europese Economische Gemeenschap)  wél had toen hij stelde dat een verenigd Europa niet dient om de hemel dichterbij te brengen, maar om de hel te vermijden. Terwijl pacifisten de verbroederende kracht van de verbeelding en de utopie bezongen in hun kosmopolitische koffiehuizen, stak Hitler Europa een tweede keer in brand.

In , De wereld van gisteren’ schuilt nóg een waarschuwing. De vernietiging van Zweigs Europese droom  had niet alleen te maken met geopolitieke en historische onvermijdelijkheden, maar ook met de aard van het beestje. Idealistische humanisten willen wel eens over het hoofd zien dat de mens niet de kroon van de schepping, maar het gevaarlijkste roedeldier uit de evolutie is. Een uniform en wat waanideeën over God en vaderland volstaan meestal om het beschavingsvernis te laten barsten. Daarom verdient het aanbeveling om na ,De wereld van gisteren’ als bijsluiter ook het illusieloze  ‘Vrede is het alleen in de pauze’ van de Nederlandse oorlogsjournalist W.L. Brugsma te lezen.

Zelfmoord op bed

In mijn exemplaar van ,De wereld van gisteren’ gebruik ik een van het internet afgedrukte politiefoto als bladwijzer. Hij toont Stefan Zweig en Lotte Altmann die in een omhelzing op bed liggen. Zo zijn ze gevonden na hun zelfdoding. Zweig heeft zijn das met ruitmotief aangehouden, Lotte draagt een lichte, witte  jurk. De dood goed gekleed tegemoet treden, het moet een laatste, superieure daad van verzet geweest zijn tegen die wereld die de hunne niet meer was.

Maar wat een vervuld leven had Zweig geleid. Tussen de oorlogen stonden zijn dagen in het teken van literatuur, kunst en vriendschappen. Onbedoeld is ,De wereld van gisteren’ een indrukwekkende  who’s who van de grootste kunstenaars en geesten uit de eerste helft van de twintigste eeuw die Zweig dikwijls persoonlijk kende.  De schitterende anekdoten (onder andere over dichter Emile Verhaeren) verdrijven de deemstering die over zijn tijd hangt.

Wanneer Zweig in augustus 1939 verneemt dat de Duitsers Polen zijn binnengevallen, loopt hij de straten van Bath in, het Engelse stadje waar hij zich op veilige afstand van de nazi’s gevestigd had. ,De zon scheen krachtig en helder,’ herinnert hij zich in ,De wereld van gisteren’. ,Toen ik naar huis terugliep, zag ik ineens mijn schaduw voor mij, zoals ik de schaduw van de andere oorlog achter de huidige zag. Elke schaduw is in diepste wezen toch ook een kind van het licht, en alleen wie licht en donker, oorlog en vrede, hoogtepunten en dieptepunten heeft meegemaakt, alleen die heeft waarachtig geleefd.’

Laten we het bijzondere leven van Stefan Zweig vieren door hem te blijven lezen.

Pascal Verbeken

OVER KURT LÖB

Op 1 juni is Kurt Löb overleden, vooral bekend geworden als illustrator van boeken. Hij werd 89 jaar. Enkele jaren geleden is hij geïnterviewd door Anton de Goede. Löb, met zijn familie in 1939 uit Berlijn naar Amsterdam gevlucht, vertelt in dat interview over zijn ouderlijk huis ‘met een uitgebreide boekenkast’. Gevraagd naar de daardoor al vroeg gewekte belangstelling voor literatuur, noemt Löb Stefan Zweig. Zweig was, zegt hij, ‘een vroege liefde’.

kurt lob

Over Stefan Zweig schreef ik op 25 februari 2011 een column waarin ik diens verhaal Buchmendel uit 1929 besprak. Ik vermeldde toen dat ik in het bezit was van een bibliofiele uitgave van Buchmendel met prachtige tekeningen van Kurt Löb. Die column heb ik overgenomen in mijn boek Het jodendom laat je niet los en ik wilde graag een van de tekeningen van Löb als illustratie bij die column. De vormgever van mijn uitgever nam daarop contact op met Löb, die echter niet zonder meer toestemming wilde geven, want wie was Leo Frijda? Ik moest hem zelf maar een keer bellen. Ik overwon mijn schroom en Löb vroeg mij vriendelijk maar doordringend naar de inhoud van mijn boek. Het gesprek eindigde ermee dat hij mij verzocht toch eerst maar eens de tekst van het hoofdstuk over Stefan Zweig aan hem op te sturen.

Enkele dagen later al ging de telefoon. Löb belde en zei dat het akkoord was. Mijn stuk kon er kennelijk mee door en hij gaf toestemming een van zijn tekeningen uit de bibliofiele uitgave te kiezen en in mijn boek op te nemen. Twijfel welke afbeelding dat zou moeten worden, had ik niet. Natuurlijk de prachtige tekening met Buchmendel in café Gluck in Wenen, achter zijn tafeltje met oude boeken. Het verhaal van Zweig en de tekening van Löb ademen dezelfde sfeer. Het zijn juweeltjes die onze geschiedenis in beeld brengen.

Löb had bedongen dat hem een exemplaar van mijn boek zou worden opgestuurd. Het heeft vervolgens even geduurd, maar Löb belde weer. Hij had mijn boek met genoegen gelezen. Dat was het, dacht ik. Maar ruim een jaar later belde hij opnieuw. Hij had gezien dat een uitgave van een ander verhaal van Stefan Zweig antiquarisch werd aangeboden. Hij dacht dat ik misschien wel interesse zou hebben. Het ging om De onzichtbare verzameling, in de vertaling van Theodor Duquesnoy en eveneens met illustraties van Kurt Löb. Het was in 1990 uitgegeven voor vrienden en relaties van Lutkie & Smit Papier B.V. Ik kocht het boekje dat ik niet alleen koester omdat het de moeite waard is, maar ook omdat Kurt Löb, liefhebber van Stefan Zweig, nog even aan mij dacht toen het door hem geïllustreerde boekje antiquarisch te krijgen was.

Kurt Löb was niet slechts illustrator. Op 19 april 1994 promoveerde hij in Amsterdam op Exil-Gestalten, Deutsche Buchgestalter in den Niederlanden 1932-1950. Van het uitgebreid geïllustreerde proefschrift is in 1995 bij Gouda Quint een handelseditie verschenen. Daarin staan centraal Henri Friedlaender en Paul Urban, beiden net als Löb in de jaren dertig uit Duitsland verjaagd en naar Nederland uitgeweken. Als motto bij zijn proefschrift koos Löb een citaat van Friedlaender dat ook het werk van Löb zelf karakteriseert:

“Auch bei uns ganz Kleinen und bei unserer Arbeit geht es um die Gestaltungskraft und um das Massa an menschlicher Weite, das spürbar in das Werkstück eingegangen ist.”

Friedlaender heeft veel boekomslagen ontworpen voor de Exil-uitgeverijen Querido en Allert de Lange. In 1950 is hij naar Israël gegaan, waar hij in 1996 is overleden. Hieronder van Friedlaender een door hem voor Allert de Lange ontworpen omslag van een boek van Stefan Zweig.

jeremias

Paul Urban illustreerde Geschichten aus sieben Ghettos van Egon Erwin Kisch. Urban is maar kort in Nederland geweest. In 1936 ging hij naar Moskou en na de zomer van 1937 is niets meer van hem vernomen. De gekozen voorbeelden maken duidelijk dat deze vormgevers een andere hand van illustreren hadden. Löb concludeerde echter dat de door hen vervaardigde ontwerpen in hun onderlinge diversiteit over het algemeen toch een duidelijk herkenbaar imago verleenden aan het ‘vrije Duitstalige boek in den vreemde’.

Maar Kurt Löb was nog veelzijdiger. Op latere leeftijd begon hij verhalen te schrijven, al waren ook die net als zijn proefschrift nauw verbonden met zijn werk als illustrator. Het door Anton de Goede van Löb afgenomen interview gaat over diens verhalenbundel Het model. De verhalen waren door Löb oorspronkelijk in het Duits geschreven en zijn door Gerda Meijerink in het Nederlands vertaald. De kleine uitgeverij De Republiek heeft Het model in 2012 uitgegeven met illustraties van Löb zelf. Het boekje is mooi vormgegeven zoals passend is voor Löb.

In Het model staan vier korte verhalen waarin vooral de verhouding tussen de kunstenaar en zijn model centraal staat. De verhalen ademen erotiek en verloren illusies. In het interview met Anton de Goede zegt Löb dat het illustreren van bellettrie hem heeft geholpen uiteindelijk zelf ook te gaan schrijven. Hij veronderstelt dat vooral Stefan Zweig in de verhalen doorklinkt. Daaraan dacht ik al bij het lezen van het eerste verhaal, De tekenleraar, dat zich in Salzburg afspeelt, de plaats in Oostenrijk waar Zweig lang heeft gewoond. Maar dat is louter het decor. Het is vooral de sfeer van de verhalen waarin de echo van Zweig en andere schrijvers te horen is.

het model

Eén van de verhalen, Franziska, eindigt met de woorden dat ‘dit intermezzo uit zijn jeugd behoort tot zijn beste herinneringen, waaraan hij zich eens – heel oud geworden – op sombere dagen kan warmen’.
Wellicht zou je kunnen zeggen dat eerst nu, met de dood van Kurt Löb, aan het tijdperk van de Exil-schrijvers een einde is gekomen.

Door Leo Frijda

Leo Frijda

Leo Frijda was rechter en bestuurslid van verschillende Joodse organisaties. Na zijn pensionering is hij over literatuur gaan schrijven. Zo werkte hij mee aan Ik heb u den Havelaar niet verkocht, Multatuli contra Van Lennep, in 2010 verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Najaar 2011 publiceerde Amphora Books zijn tot dan voor Crescas geschreven columns, uitgebreid met een laatste, meer persoonlijk gekleurd hoofdstuk, onder de titel Het Jodendom laat je niet los. Eveneens bij Amphora Books verscheen begin 2015 Op het balkon van de elektrische tram, een verzameling opstellen over en rondom Franz Kafka.

Originele doorslag van de getypte tekst van het voorwoord van de Franse vertaling van Jeremias

Cees Steeman dook n.a.v. het artikel over Kurt Löb in zijn bibliotheek en vond daar een originele doorslag van de getypte tekst van het voorwoord van de Franse vertaling van Jeremias door Louis Charles Bauduin uit 1929. Erg bijzonder, en wij danken de heer Steeman hartelijk voor het delen!

Stefan Zweig   Jeremias Insel Verlag  1928 Stefan Zweig  Jeremias  Inselverlag  1928  Druk 26 tot 28 duizend

Voorwoord Franse vertaling Jeremias doorslag van getyppte tekst door de vertaler Voorwoord Jeremias-vertaling in het Frans..

Herinneringen aan Stefan Zweig door Georg Rendl

Mijn herinneringen aan Stefan Zweig
Door Georg Rendl

Georg Rendl (1903-1972) was een Oostenrijkse schrijver, dichter en schilder.
Boeken van hem zijn onder meer Der Bienenroman en Vor den Fenstern; deze beide boeken zijn ook in het Nederlands vertaald.

Deze tekst verscheen in Zweigheft 11, juli 2014 onder de titel “Erinnerungen an Stefan Zweig”. Uitgave Stefan Zweig Centre Salzburg. Vertaling Stefan Zweig Genootschap Nederland door Dirk Jansen

Georg RendlIk ontmoette Stefan Zweig voor de eerste keer in de zomer van 1930. Mijn vriend Richard Billinger, die toen werkelijk aan het doorbreken was als dichter en ook als dramaschrijver, was vaak bij Zweig te gast. Bij zo’n ontmoeting vertelde hij ook over mij en mijn eerste boek, de roman Vor den Fenstern. Zweig vroeg Billinger hem het manuscript toe te sturen, omdat hij het graag wilde lezen.

Al na twee dagen kreeg ik een briefje van Zweig waarin stond:

“Met grote interesse heb ik uw boek gelezen; het is een beschrijving van de tijd waarin wij leven, een protest tegen de ongerechtigheid, tegen de liefdeloosheid en de huichelarij. U zult het moeilijk krijgen. Allereerste werken zijn gevaarlijk, want het publiek is nieuwsgierig, het wil weten hoe het verder gaat. Hoe zal het tweede werk zijn? Zal het hem lukken? Zal u het succes aankunnen? Ik zou u graag willen leren kennen. Komt u aanstaande donderdag om half vijf bij mij thuis.
Hartelijke groet,
Uw Stefan Zweig “

Ik was opgewonden en gespannen. Een wensdroom zou in vervulling gaan. Ik zou deze beroemde schrijver leren kennen, bij hem thuis. Al zijn boeken had ik gelezen. Met name zijn gedramatiseerde gedicht Jeremias had diepe indruk op me gemaakt.

De kristalheldere intelligentie van zijn werk fascineerde mij. De dag van de uitnodiging was gekomen. Om 2 uur begon ik mij al gereed te maken. Ik merkte dat mijn dunne zomerpak versleten en smoezelig was. Dus ik nam mijn enige acceptabele pantalon en daarop een dik winterjasje, ofschoon het een hete dag in augustus was.

Langzaam liep ik door de stad en klom met kloppend hart de Kapuzinerberg op. Ik bleef voor een kruiswegkappelletje staan en bad stil een Onze Vader. Toen werd ik rustiger.

Stefan Zweig woonde in een klein slot middenin een prachtig park. Het huis was voor mij altijd al een toverhuis, een gesloten paradijs, en nu zou ik in mijn wensdroom binnengelaten worden. Ik opende de poort van het park en liep langzaam op het huis af. De klok van het Kapuzinerklooster sloeg tweemaal, het moest dus half vijf zijn. Ik zag een groepje mensen onder een parasol zitten en wilde alweer omkeren toen Stefan Zweig mij zag, met uitgestoken hand op mij afkwam en mij allerhartelijkst begroette. Ik was zo beduusd, dat ik alleen een paar woorden kon stamelen.

Wij liepen achter elkaar naar het huis en ik had de gelegenheid hem goed te bekijken. Hij maakte zowel een voorname als een bescheiden indruk. Hij was middelgroot, lang en mager. Hij had een smal gezicht, een verzorgde snor en grote, donkere, een beetje treurige ogen. Zijn houding was rechtop, maar niet militair.

Hij leidde mij naar een grote tuintafel, waaraan een paar mensen zaten. Ik vroeg of ik misschien stoorde, omdat hij immers gasten had; Stefan Zweig antwoordde dat dit zijn familie was en stelde mij zijn vrouw Frederike en zijn beide stiefdochters Lixi en Susi voor.

Eerst wisselden we een paar beleefde frasen, maar geleidelijk werden de gesprekken hartelijker, ja zelfs vriendschappelijk. Men vroeg mij over mijn leven te vertellen.

Ik vertelde dat ik altijd al, van kinds af aan, dichter wilde zijn. Dat ik als scholier veel gedichten en kleine toneelstukken had geschreven. Over mijn studententijd, het bankroet van mijn vaders’ bedrijf, de moeilijke tijd als arbeider in een steenfabriek, als glasblazer, de volledige economische malaise en toen de vreselijke maanden van werkloosheid, waarin uiteindelijk de roman Vor den Fenstern ontstond. Dit boek zou mijn zwanenzang moeten zijn, ik wilde en kon niet verder leven. Nu bleek dit werk juist het begin van een nieuw leven voor mij te worden.

Stefan Zweig vertelde zijn familie over mijn roman, dat het een sociale roman is die het zware lot van de werklozen aan de orde stelde. Het zou een schokkende bekentenis over onze tijd zijn. Stefan Zweig, de strenge criticus, een wereldberoemd mens, was ten opzichte van mij, een onbekende jonge schrijver, steeds heel gewoon, hartelijk en open. Ik vertelde hem dat ik aan een nieuw boek werkte met de titel Bienenroman. Stefan Zweig vroeg mij om de volgende keer het manuscript mee te brengen, hij wilde het lezen en dan mij zijn eerlijke mening geven over mijn tweede werk. Als ik de volgende keer kwam, zou hij mij ook de bibliotheek, zijn handschriftenverzameling en het hele huis laten zien.

Een paar dagen later kreeg ik al een nieuwe uitnodiging. Hij had de Bienenroman gelezen en was er zeer positief over. Hij vroeg mij waarom ik juist over bijen had geschreven. Ik vertelde dat ik van jongs af gewend was met bijen om te gaan en ononderbroken kijken had mij de geheimen van het bijenleven onthuld. Stefan Zweig merkte op dat hij van bijen alleen weet dat ze honing en was produceren.

Tijdens ons gesprek werden we steeds gestoord door rondvliegende horzels, die wij met servetten probeerden te verjagen, maar er kwamen er steeds meer, zodat we kort daarop het park verlieten en het huis in moesten vluchten.

Stefan Zweig zei dat deze horzelplaag erg onaangenaam is, omdat je nauwelijks meer buiten kan zitten. Geen van de huisbewoners zag kans hulp te bieden, want deze dieren zijn te gevaarlijk. Half lachend, half vertwijfeld vroeg Stefan Zweig mij of ik niet kon helpen, ik was immers imker geweest. Ik antwoordde dat bijen geheel anders zijn dan horzels, maar dat ik hem graag wilde helpen. Ik zou in de komende dagen het nest verdelgen en dat deed ik ook. Het lukte me zonder complicaties en zonder gestoken te worden.

Nadat we onze onderbroken gesprekken op de veranda weer hadden voortgezet, vroeg Stefan Zweig me of ik zijn werkwereld wilde zien. Hij toonde mij zijn bibliotheek, zijn werkkamer met de schrijftafel van Beethoven. Ik mocht mij dompelen in de wereld van de geest, de kunst, de cultuur, de filosofie. Ik zag de originele manuscripten van Dostojewski, Gorki, Balzac, Dickens. Alle beroemde namen waren hier verzameld. De eigenaar was niet alleen de verzamelaar van deze kostbaarheden, hij was hun gastheer, zelfs liefhebbende vriend van deze persoonlijkheden. Hij was de vriendschappelijke kenner van hun levens, hun lot, hun wegen en hun doelen, hun strijd en overwinningen, en ook hun tragische ondergangen. Ik werd erdoor gegrepen en vervuld door ontzag. En die bibliotheek! De schatten die daar verborgen lagen! (Ik kom niet vermoeden, dat ze mij noodlottig zouden worden). Duizenden boeken uit de wereldliteratuur uit vele eeuwen. Het zou veel uren, zelfs dagen, gekost hebben om alles goed te bekijken.

Vaak zaten we ’s avonds in een Weinstube. Soms met Frederike en de stiefdochters. In de kring kwamen zowel jongere als oudere schrijvers.

Op een van deze opgewekte avonden leerde ik Theodor Csokor kennen. Stefan Zweig dronk graag een glas wijn en at daarbij boerenbrood met spek. We hadden het zelden over literatuur, maar hij vertelde over interessante ontmoetingen, bijvoorbeeld zijn vriendschap met Maxim Gorki. Stefan Zweig kon prachtig vertellen. Zijn formulering was begeesterd en rationeel. Hij had over de hele wereld vrienden. Beroemde schilders, dichters, beeldhouwers, componisten en staatslieden. Met veel van deze persoonlijkheden correspondeerde hij regelmatig en vroeg hen af en toe om advies.

Eerlijk gezegd waren er ook tegenstanders, jaloerse zielen en lasteraars in zijn leven, en hij wist dat. Hij vertelde van de vele verzoeken, van schrijvers die zijn voorspraak vroegen, van de vloed aan manuscripten die hem werden gestuurd om gelezen te worden met de bedoeling om een uitgever te vinden. Hij had het over de beledigden, de gekwetsten, de miskenden en de ongetalenteerden. Het was voor mij een verrijking van mijn leven en van grote invloed op mijn ontwikkeling dat ik in zijn huis zo veel beroemde en belangrijke mensen kon leren kennen. Dichters als Felix Braun en Joseph Roth (die later mijn vriend werd).

Op een keer nam Stefan Zweig mij mee naar Henndorf naar Carl Zuckmayer. Er waren veel gasten, teveel om anders dan een paar beleefdheidszinnen mee te wisselen. Salzburg werd ieder jaar luider en turbulenter. De hele wereld kwam naar de Festspielen. Vlak voor dat seizoen vluchtte Zweig altijd de stad uit en maakte reizen. Als het in de herfst weer rustig werd, keerde hij terug. Hij zocht de stilte van deze prachtige stad. De rusteloze, vaderlandloze had hier zijn plek gevonden. Hij hield van zijn zelfgekozen vaderland en wilde hier ook sterven.

Toen kwam het jaar 1933. De barbaarse macht. Arrestaties en ontslagen waren in Duitsland aan de orde van de dag. De eerste boek- en beeldverbrandingen vonden plaats, de rassenwaan, de Jodenvervolging begon.

De grootste componist van zijn tijd, Richard Strauss, had de opera Die schweigsame Frau voltooid. Stefan Zweig had de tekst geschreven. Strauss dwong de uitvoering af. Het werd een eclatant succes. Er kwamen geestdriftige recensies. Het echt geestrijke Duitsland hoopte dat de onmenselijke wetten en verordeningen teruggedraaid zouden worden. Er kwamen protesten, vlammende toespraken. En toch moest Richard Strauss, de President van de Reichsmusikkammer, aftreden. Stefan Zweig was over dit teken aan de wand erg bedrukt en treurig. Desondanks heb ik nooit een woord van haat uit zijn mond gehoord. Hij leed immens, want hij hield van Duitsland en van zijn Duitse vrienden.

Stefan Zweigs’ huis werd doorzocht. Er zouden wapens voor de republikeinse Schutzbund in zijn huis verborgen liggen. Natuurlijk zocht men tevergeefs, want Zweig hield zich niet met politiek bezig. Hij hoorde bij geen enkele partij, hij was een vrij mens gebleven. Hij was geen geëngageerde schrijver, maar een overtuigd pacifist.

Later zou ik vernemen dat de huiszoeking bij Stefan Zweig een wraakactie van een afgewezen, beledigde schrijver geweest is. Hij had Zweig een paar maal om geld gevraagd en van hem geen antwoord en geen steun gekregen. Zweig reisde daarop naar Parijs en later naar Londen. Daar schreef hij Maria Stuart.

In deze moeilijke dagen was ik vaak bij Stefan Zweig. Hij schonk mij het vers verschenen boek Maria Stuart. ’s Avonds liep ik nog een keer met hem en zijn vrouw Frederike door de stille, vertrouwde stegen van de mooie stad Salzburg. Stefan Zweig nam met tranen in zijn ogen afscheid. Ik liep samen met het echtpaar Zweig naar boven, naar hun huis. Stefan Zweig keek mij lang in de ogen en vroeg mij zijn bibliotheek als afscheidsgeschenk aan te nemen en in zijn geest te verzorgen en bewaren. Hij vroeg zijn vrouw of zij ermee instemde. Frederike zei ja. Ik was zo in de war, dat er geen woord meer over mijn lippen kwam.

Spoedig daarna vertrok Stefan Zweig voor altijd, de wijde wereld in, in den vreemde, de dood in. Deze minuten van afscheid zal ik nooit vergeten.

En de bibliotheek? Ik heb maar een paar boeken en schriften kunnen behouden. De Gestapo was ook bij mij!

Gezocht: mee-denkers en mee-werkers!

szgn

De onderwerpen waaraan wij werken gaan over het tijdperk waarin wij leven. Onze hoofdtema’s zijn nl. FANATISME, EUROPA EN HUMANISME. Iedere dag levert nieuwe invalshoeken en boeiende gebeurtenissen op.

De schrijver Stefan Zweig is een mooi voorbeeld van iemand die deze thema’s intensief aan den lijve heeft meegemaakt en erover heeft geschreven. Wij gebruiken hem dan ook als “kapstok”om naar deze onderwerpen in onze tijd te kijken. Dit doen we met een kleine groep betrokken vrijwilligers. Om alle projecten waaraan wij werken goed uit de verf te laten komen zijn we op zoek naar iemand die actief zou willen bijdragen.

Een greep uit ons werk:

  • regelmatig schrijven wij aan onze achterban een digitale nieuwsbrief
  • op Facebook zijn wij vaak met verhalen en berichten te vinden
  • wij bereiden een reeks luisterboeken voor (al dan niet begeleid door muziek)
  • de door ons ontworpen fanatisme-meter moet voor onderwijsdoeleinden geschikt gemaakt worden
  • wij bereiden een verzameling verhalen voor van Europese vluchtelingen-voor-fanatisme
  • jaarlijks houden wij een feestelijke bijeenkomst van Vrienden van ons Genootschap
  • wij onderhouden warme contacten met het Internationale Stefan Zweig Gesellschaft in Salzburg
  • afgelopen voorjaar organiseerden we een studiereis naar Salzburg
  • onze site (www.stefanzweig.nl) geeft een geactualiseerd beeld van ons Genootschap

Wij horen graag van je en kunnen je hulp goed gebruiken!

Stefan Zweig Genootschap Nederland

Stefan Zweig in China

image1-16Over de ontvangst van Stefan Zweigs’werk in China
door Arnhilt Johanna Höfle 

Dit artikel is een vertaling van “Bis zum letzten Winkel der Erde” door A.J. Höfle  gepubliceerd in Zweigheft 07 van het Stefan Zweig Centre Salzburg

Vertaling door Dirk Jansen, Stefan Zweig Genootschap Nederland

 

Zijn literaire roem reikte tot in alle uithoeken van de wereld”, liet Thomas Mann noteren in 1952 op de tiende sterfdag van Stefan Zweig. Inderdaad was Zweig, zoals bekend, al tijdens zijn leven één van de meest gelezen en vertaalde schrijvers ter wereld. Zijn werk werd destijds al in meer dan vijftig talen vertaald. In Rusland was hij één van de meest uitgegeven Duitstalige auteurs van de twintigste eeuw. Dat Zweigs’ werk nog steeds wereldwijd de aandacht heeft bewijst de ontvangstgeschiedenis in China op indrukwekkende wijze.

Stefan Zweig behoort samen met Goethe en Schiller, tot de belangrijkste Duitstalige schrijvers in het “Rijk van het Midden”. Alleen al het aantal vertalingen en wetenschappelijke studies van en naar zijn werk zijn uitzonderlijk. Daarnaast zijn er twee kenmerken te noemen die Zweig wezenlijk van andere succesvolle schrijvers in China onderscheidt. Allereerst wordt Zweigs’ werk niet alleen door intellectuelen, academici en schrijvers, maar door een bont gemengd, ook jong, Chinees publiek gelezen. Dat is bij het werk van Franz Kafka bijvoorbeeld niet het geval. Ten tweede zijn de duur en de continuïteit van zijn bekendheid in China opmerkelijk. Al tijdens zijn leven, in de vroege jaren ’20, werd Zweigs werk in China enthousiast onthaald. Ook andere Oostenrijkse schrijvers werden met succes geïntroduceerd, waaronder bijvoorbeeld Arthur Schnitzler. In tegenstelling tot Schnitzler en anderen echter, werden zijn boeken daadwerkelijk in iedere fase van de vorige turbulente eeuw uitgegeven.

Beginnend met de periode van de Republiek, die zich uitstrekte van de ineenstorting van het Keizerrijk in 1911 tot de vestiging van de communistische Volksrepubliek door Mao Zedong in 1949. Ook onder Mao werd het werk van Zweig gelezen en becommentarieerd. Zijn bekendheid bereikte een hoogtepunt in de zogeheten post-Mao-hervormingen na Mao’s dood in 1976, toen in de jaren ’80 een regelrechte Zweig-koorts uitbrak. Tot op de dag van vandaag is Zweig één van de meest geliefde buitenlandse schrijvers. Een blik in de plaatselijke boekhandel, waar de stapels nieuwe vertalingen van Zweig klaarliggen, bevestigt de voortdurende populariteit voor Ciweige, zoals Zweig in het chinees genoemd wordt.

Het sukses van Zweigs’ werk in China berust op de samenspel van verschillende factoren. Enerzijds zijn het zijn thema’s en zijn literaire esthetiek en aan de andere kant spelen de specifieke historische omstandigheden in China een belangrijke rol. Hierbij moet bedacht worden dat de te onderscheiden fasen waarin de waardering voor Zweigs werk in China zich vestigde een andersoortige waardering voor de Oostenrijkse schrijver teweegbracht. In wezen zijn er in de loop van de 20ste eeuw drie tendensen te onderscheiden die elkaar opvolgden: de onbekende biograaf, daarna de antiburgerlijke maatschappijcriticus en tenslotte de grote vrouwenkenner.

Stefan Zweig, de onbekende biograaf
Het is duidelijk dat Zweigs’  biografische teksten met name in de eerste fase van zijn introductie in China een bepalende rol hebben gespeeld. Vanaf de vroege jaren ’20 werden de essays en artikelen van Zweig over Tolstoj, Dostojewski,  Rodin,  Wassermann en Hölderin in het chinees vertaald en in literaire tijdschriften gepubliceerd.

Het meest invloedrijk was echter zijn biografie van Romain Rolland, die in 1921 in Frankfurt was verschenen. Zweigs’ naam dook voor het eerst op in verband met deze biografie, evenals de eerste vertaling van dit werk in het Chinees, die vervolgens in literaire tijdschriften werd genoemd. Daarna verscheen het werk in boekvorm. Het is aannemelijk dat niet Zweig, maar Romain Rolland het middelpunt van deze interesse was. Romain Rolland was in China geen onbekende na de toekenning van de Nobelprijs in 1915. Bovendien werden de Chinese intellectuelen gefascineerd door zijn pacifistische stellingname. In de moeilijke overgangsperiode na de ineenstorting van het Keizerrijk, die gekenmerkt werd door bloedige oorlogen en machtsstrijd, werkten zij, in het kader van de zogeheten Beweging voor een nieuwe Cultuur, intensief aan vele filosofische, ideologische en politieke alternatieven. In deze fase was Zweig echter slechts een onzichtbare biograaf.

Stefan Zweig, de antiburgerlijke maatschappijcriticus
In de jaren ‘50en ’60 werden behalve biografische werken ook een aantal novellen uitgebracht, waaronder Die Gouvernante en Vierundzwanzig Stunden aus dem Leben einer Frau. Sinds de vestiging van de volksrepubliek China in 1949 werd literatuur vooral beoordeeld volgens de criteria van de antikapitalistische en antiburgerlijke maoïstisch-marxistische literatuurtheorie. Literatuur behoorde de revolutie en de belangen van arbeiders, boeren, boerinnen en soldaten te dienen. Buitenlandse literatuur werd dan ook ingeperkt tot politiek correcte teksten, die vooral uit de pen van DDR schrijvers kwamen.

In tegenstelling tot de situatie in de vorige fase, waarin de persoon Zweig weinig aandacht kreeg, stonden zijn persoonlijke gegevens nu volop in de belangstelling. De vertalingen werden voorzien van uitvoerige commentaren waarin de burgerlijke afkomst van Zweig aan de orde werd gesteld en hem werd verweten dat hij om deze reden te weinig in contact stond met de maatschappelijke werkelijkheid. Vooral zijn vroege werk werd scherp aangevallen, zijn humanistische zienswijzen werden als naïeve luchtfietserij afgedaan en zijn gebrek aan politieke betrokkenheid scherp werd bekritiseerd. Daarentegen loofde men zijn pacifistische en antifascistische engagement uitbundig. Zo werden ook zijn novellen, in het bijzonder  Die Gouvernante en Vierundzwanzig Stunden aus dem Leben einer Frau positief beoordeeld. Hierbij speelden de tragische vrouwenfiguren een sleutelrol. Zij legden in de scherpzinnige  verhalen van Stefan Zweig, de antiburgerlijke maatschappijcriticus, het morele verval, de leegte, de huichelarij en de meedogenloosheid van de kapitalistische maatschappij bloot.

Stefan Zweig, de vrouwenkenner
Na Mao Zedongs’ dood werd einde jaren ’70 onder Deng Xiaoping een hervormings- en openstellingspolitiek geïntroduceerd, waardoor China in alle opzichten razendsnel zou veranderen. Stefan Zweigs’ boeken hoorden tot de eerste buitenlandse titels die in het nieuwe China werden toegelaten en zij veroorzaakten een ware Zweig-koorts. Zweigs’ boeken werden opnieuw in een tot dan ongekende omvang vertaald, uitgegeven, gelezen en geanalyseerd. Zijn werk stond in sterk contrast met de Chinese literatuur van de voorgaande decennia. Daarin werd in hoge mate de onfeilbaarheid van communistische helden en heldinnen en de onaantastbare patriottische liefde voor Maos’ China beleden. De romantische novellen van Zweig, vooral Brief einer Unbekannten, wonnen steeds meer aan populariteit. Bijzondere voorliefde ging daarin uit naar de door irrationele hartstocht gedreven voorvechtsters, de tot mislukking gedoemde heldinnen. Zweig werd veelvuldig geprezen voor zijn meesterlijke beschrijvingen van de innerlijke gevoelswereld en vooral voor zijn inzicht in de psychologie van de vrouw. Zweig werd de ontleder van de vrouwelijke ziel, de grote vrouwenkenner.

Stefan Zweigs’ internationale roem, die volgens Thomas Mann “tot in de verste hoeken van de aarde reikte”, heeft, zoals de ontvangst in China illustreert, vele oorzaken en veel facetten.

image2-18Zweig werd in het “Land van het Midden” onder verschillende omstandigheden en in verschillende rollen ontdekt en herontdekt. Deze geven niet alleen inzicht in de dynamiek van literaire ontvangstprocessen, maar openen misschien ook nieuwe perspectieven. In 2005 werd Brief einer Unbekannten door een jonge Chinese regiseuse verfilmd. Aan de film, die de gebeurtenissen in de novelle verplaatst van het Wenen in de eeuwwisseling naar het Peking van de jaren ’30 en ’40, werden meerdere Chinese en internationale prijzen toegekend. Het werk van Zweig heeft door de audiovisuele vertolkingen een nog groter publiek bereikt. Nieuwe media, en zeker het in China wijd verbreide internet, hebben in China een nieuw hoofdstuk ingeluid dat nog lang niet ten einde is.

 

Zweig verzoent tegenstellingen

Stefan Zweig

Stefan Zweig is een gecompliceerd mens. Dat vond zijn eerste vrouw Frederike, en Zweig zelf kon het daarmee wel eens zijn. Hij acht zichzelf een vat vol tegenstrijdigheden. In De Wereld van Gisteren beschrijft hij de altijd voelbare spanning tussen verlangen naar geborgenheid en naar verandering. Ook zijn voortdurende pogingen om zijn introvertie te combineren met zijn streven om een succesvol publiek persoon te zijn roept forse innerlijke tegenstrijdigheden op. In Salzburg kende men hem als “de mensenschuwe dichter”, zijn vrienden kenden hem als een actief en voorkomend gastheer.

Zijn meest recente biograaf George Prochnik (The Impossible Exile) doet een geslaagde poging om de persoonlijkheid van Zweig meerdimensionaal te beschrijven. Voor hem is Zweig niet de onvermoeibare netwerker of de mensenschuwe dichter, maar de welgestelde Oostenrijker en  de zwervende Jood, de vrouwenliefhebber bij gelegenheid en de flirter naar mannen, de kampioen van machtelozen en de vleier van machtigen, de onberispelijke gastheer en de huismus op het hysterische af.

Deze ‘methode van de wisselende waarheden’ is precies de methode die Zweig ook toepaste. Sterker nog, dit denken in ‘bij elkaar horende tegenstellingen’ is een belangrijk onderdeel van zijn kijk op het leven.

In zijn geromantiseerde biografieën brengt hij dit tot uitdrukking door bijvoorbeeld in Erasmus van Rotterdam het ware humanisme (in de persoon van Erasmus) beeldend te beschrijven door het af te zetten tegen het fanatisme van Luther. Voor Zweig waren humanisme en fanatisme twee kanten van dezelfde medaille. Deze benadering kiest hij ook als hij de fanatieke Calvijn plaatst tegenover de humanistische Castellio.

In Joseph Fouché, roman van een gewetenloze, past Zweig deze om voorrang strijdende tegenstellingen opnieuw toe, maar nu binnen één persoon. In het voorwoord  van dit boek schrijft hij:

“Geboren verrader, armzalige intrigant, gladde reptielennatuur, overloper van professie, laaghartige politieziel, erbarmelijke moralist – geen verachtelijk scheldwoord wordt hem bespaard – maar geen van zijn biografen trachtte ernstig zijn karakterloosheid, na te speuren.”

Het één-dimensionaal wegzetten van een mens geeft voor Zweig niet de werkelijkheid weer. Een mens heeft altijd meer en dus wisselende waarheden in zich. Je ziet Zweig zelden personen in zijn boeken of verhalen om hun gedrag veroordelen. Steeds graaft hij naar hun drijfveren en probeert hij de tegenstellingen daarin te begrijpen.

Op bezoek bij Zweig in Salzburg

Wij hadden geluk. Vlak voordat de zware storm met regen en sneeuw over Duitsland en het Salzburgerland trok en voordat de stroom Festspielgangers de straten en koffiehuizen in bezit nemen, troffen wij de stad in relatieve rust aan. Overal was ruimte, soms scheen de zon en er groeide snel een aangename gelijkgestemdheid tussen de deelnemers.

Een paar indrukken:

Hartverwarmend ontvangst
Onze vrienden van het Internationale Stefan Zweig Gesellschaft, Hildemar Holl en Joachim Brügge, hadden een voortreffelijk en levendig programma voorbereid. Niet alleen de gastvrijheid was hartverwarmend, ook de inhoud van hun programmaonderdelen was van grote kwaliteit.

Salzburg

Sporen van dubbelhartigheid
Op weg naar Stefan Zweig’s voormalige huis op de Kapuzinerberg overvalt je toch weer het gevoel van tweeslachtigheid, dat de houding van Oostenrijk ten opzichte van hun verleden ten opzichte van hun joodse medeburgers kenmerkt. Het naambordje van de weg die naar het huis halverwege de berg leidt, draagt de merkwaardige naam: Kapuzinerberg/Stefan Zweigweg. Bij navraag blijkt de gemeenteraad van Salzburg geen overeenstemming te hebben bereikt over de naamgeving van de weg. Het bleek niet haalbaar de weg naar de joodse schrijver Stefan Zweig te noemen. Daarom werd, als compromis, tot een dubbele naamgeving besloten.

Salzburg2

Haus für Stefan Zweig
Daarnaast moet ook worden vermeld dat de stad Salzburg en de Universiteit van Salzburg op de helling van de andere huisberg (Mönchberg) een statig, pastelkleurig huis hebben gekocht om Stefan Zweig in de stad een plek te geven. In deze Edmundsburg is een verdieping ingericht als het “Haus für Stefan Zweig”.

Salzburg3Salzburg6

Stemmingsvol
Het muziekprogramma dat de Musikuniversität voor ons georganiseerd had was om twee redenen indrukwekkend. De zaal waarin de uitvoering plaatsvond kijkt schitterend uit op de Mönchberg en laat aan het einde van de middag tijdens het concert stemmingsvol het verdwijnen van het zonlicht zien. De gedrevenheid en professionaliteit waarmee de bijna afgestudeerde pianisten werken van componisten uit de tijd van Zweig lieten horen maakte veel indruk op.

Salzburg4bSalzburg4

Over de daken van Salzburg
Een collega van Joachim Brügge liet ons bijzondere plekjes van het barokke Salzburg zien. Het hoogtepunt vormde zonder twijfel de rondleiding door zijn eigen historische woning aan de Alte Markt. Vanaf zijn dakterras kregen we een adembenemend uitzicht over de zinken en koperen daken, uivormige kerktorens en koepels van de stad. Wij mochten zijn woning niet verlaten voordat hij, als doorgewinterd hoogleraar aan de Muziekuniversiteit, een poging had ondernomen een orkestwerkje met ons uit te voeren.

Salzburg5

Het zou te ver voeren om hier uitvoerig in te gaan op onze belevenissen in het Ton – und  Filmmuseum, op de eerste opvoering van onze bewerking van Händels Auferstehung (met muziek), op de discussies rond het thema Vriendschap (met name die tussen Roth en Zweig) en op de voordracht over de relatie tussen Stefan Zweig en Nederland.

Als we weer naar Salzburg gaan laten we het u ongetwijfeld weten!

Meer foto’s van de reis zijn te vinden op onze facebookpagina.

Erelidmaatschap

Het bestuur van het Stefan Zweig Genootschap Nederland heeft besloten om aan de heren Hildemar Holl en Joachim Brügge het erelidmaatschap van ons Genootschap toe te kennen. Tijdens een feestelijke bijeenkomst in Salzburg is hen een zilveren knoopsgatspeld met het logo van Stefan Zweig overhandigd.

unnamed(2)   unnamed(3)

Hildemar Holl (links) is president van het Internationale Stefan Zweig Gesellschaft. Hij heeft in de afgelopen acht jaar onvermoeibaar zijn kennis en netwerk aan ons ter beschikking gesteld en ons daadwerkelijk met raad en daad bijgestaan.

Joachim Brügge (rechts) is hoogleraar aan de Musikuniversität Mozarteum en bestuurslid van het Internationale Stefan Zweig Gesellschaft. Hij heeft in nagenoeg alle voorstellingen en bijeenkomsten die wij in binnen- en buitenland hebben georganiseerd met zijn studenten het muzikale gedeelte verzorgd. Hiertoe heeft hij vaak samenwerking tot stand gebracht met Nederlandse conservatoria.

unnamed(1) unnamed