DE USA OMARMEN OPNIEUW STEFAN ZWEIG

                  DE USA OMARMEN OPNIEUW STEFAN ZWEIG

                      

Stefan Zweig en zijn werk zijn in de VS weer populair. Larry Rohter beschrijft deze hernieuwde belangstelling in een artikel in de New York Times van mei 2014. Hij maakt onder meer duidelijk dat de Engelstalige biografie die George Prochnik over de Amerikaanse periode van Stefan Zweig schreef veel heeft bijgedragen aan de huidige hausse van aandacht. De Nederlandse vertaling van dit artikel hebben wij op onze site www.stefanzweig.nl onder de rubriek Stefan Zweig Vandaag geplaatst, zodat u het zelf kunt lezen.

Zeer terecht (naar mijn mening) merkt de auteur van het artikel op dat Zweig in zijn vertelkunst zelden of nooit zijn onderliggende filosofie uitlegt. Ofschoon hij wel gepromoveerd was in de filosofie geeft hij geen abstracte verhandelingen over zijn uitgangspunten en zijn visie. Zweig drukt zijn opvattingen uit in kleurrijke beelden. Beelden van mensen, hun persoonlijkheid en hun drijfveren. Zijn uitgesproken humanistische denkbeelden schildert hij in gedetailleerde beelden van personen, hun denken en handelen.

Waarschijnlijk heeft zijn beeldende en concrete wijze van vertellen en het ontbreken van theoretische onderbouwingen sterk bijgedragen aan de grote en brede populariteit die hij verwierf.

Dirk Jansen,

Stefan Zweig Genootschap Nederland

 

(Het artikel van Larry Rohter in de New York Times is ook in het Duits gepubliceerd in het Zweigheft 12 door het Stefan Zweig Centre, Salzburg)

STEFAN ZWEIG IN DE USA

NIEUWE BELANGSTELLING VOOR STEFAN ZWEIG

 

In de decennia tussen de beide wereldoorlogen werd geen schrijver vaker vertaald en gelezen dan de Oostenrijkse romancier Stefan Zweig, en in de jaren daarna zijn er maar weinige die sneller in de vergetelheid zijn geraakt in de Engelstalige wereld. Momenteel schijnt Zweig, de vooral productieve verhalenverteller en de belichaming van het teloorgegane Midden-Europa, weer terug te zijn, en wel op een indrukwekkende manier.

Voortdurend verschijnen er nieuwe uitgaven van zijn werk met daarbij enige die voor het eerst in het Engels vertaald werden. Films, gebaseerd op zijn werk, verschijnen; een nieuwe uitgave van zijn brieven is in voorbereiding; er zijn plannen voor nieuwe uitgaven van zijn talrijke biografieën en essays; bovendien levert zijn gecompliceerde leven stof voor nieuwe biografieën en tevens voor een Franse roman-beststeller.

“Toen ik zeven jaar geleden mijn schrijvervrienden vertelde waarmee ik mij ging bezig houden, oogstte ik slechts zwijgen en hoofdschudden”, zegt George Prochnik, de auteur van The Impossible Exile, een biografische studie van Zweigs’ laatste levensjaren, zojuist bij Other Press verschenen. “Maar plotseling is Zweig weer een fascinerend thema geworden”. Hij werd in 1881 in Wenen in een welgestelde, joodse familie geboren en groeide op in omstandigheden die hij later “het gouden tijdperk van zekerheid” zou noemen. Al vroegen in zijn leven vielen succes en erkenning hem ten deel en zij zouden hem zijn verdere leven blijven begeleiden. Maar de opkomst van het Nationaal Socialisme dwong hem tot een pijnvol en energieverslindend leven in ballingschap, eerst in Groot-Brittannië, daarna in de USA en tenslotte in Brazilië, waar hij en zijn vrouw Lotte in februari 1942 zelfmoord pleegden.

De oorzaken van de plotseling grote interesse voor Zweig zijn op het eerste gezicht moeilijk te geven en zo ontstaan er in literaire kringen hierover allerlei speculaties. In veel opzichten was Zweig een ouderwetse schrijver: zijn verhalend werk richten zich verregaand op handelingen met talrijke verwijzingen naar komende ontwikkelingen, vaak melodramatische gebeurtenissen, die op bloemrijke wijze worden verteld.

Deze sjabloonachtige structuur en wijze van vertellen biedt echter ook inkijkjes in karakters, emoties en motieven die voor zijn tijd ongewoon, ja zelfs baanbrekend waren en heden ten dage nog invloed uitoefenen Het is dan ook niet verrassend dat Zweig en Sigmund Freud bevriend waren en bewondering voor elkaars werk hadden (Zweig hield zelfs een grafrede bij de dood van Freud) en enkele van zijn steeds terugkerende thema’s handelden over de mechanismen van de menselijke geest.

Tijdens een thema-avond in de boekhandel McNally Jackson in Soho discuteerden de schrijvers André Aciman, Katie Kitamura en Anka Muhlstein met George Prochnik hierover, hetgeen Zweig voor een modern lezerspubliek interessant en aansprekend maakte. Zij werden het snel eens over de conclusie dat dit vooral te danken was aan zijn scherp waarnemingsvermogen. “De man is en ongewoon briljante psycholoog”, meende Mr. Aciman en zette Zweig vooraan in een groep schrijvers die “de diepere beweegredenen van het menselijk handelen begrijpelijk maken”. Ms Kitamura merkte op dat Zweig vooral “een meester in het beschrijven van het vrouwelijk karakter” is en hun verlangens en teleurstellingen belicht.

Er schijnt ook een element van nostalgie te zitten in de steeds opvlammende belangstelling voor Zweig, met name in de herdenking van het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, honderd jaar geleden. Zijn in 1942 gepubliceerde en in het afgelopen jaar als pocketboek verschenen herinneringen gaf hij de titel Die Welt von Gestern mee en enige van zijn bekendste werken spelen in een elegante, lang vervlogen tijd van oceaanreuzen, kuuroorden in de Alpen of aan de grens van het Habsburgse Rijk gestationeerd cavalerieregiment, zoals Wes Anderson in zijn nieuwste film The Grand Budapest Hotel weer tot leven bracht.

“Ik geloof dat het ook deels te maken kan hebben met de toenemende algemene interesse in de catastrofe  van de 20ste eeuw en de poging om deze te begrijpen”, meent Edwin Frank de hoofdredacteur van New York Review Books Classics in een toelichting op de zojuist verschenen uitgave van Zweigs roman Ungeduld des Herzens tezamen met vier van zijn korte verhalen. “Zweig was zowel een geschiedschrijver van zijn wereld als een slachtoffer van de catastrofe, en dat maakt hem tot een fascinerend figuur”.

De recente interesse heeft klaarblijkelijk ook te maken met Mr. Andersons’ film. Hij gebruikt het werk van Zweig duidelijk als zijn inspiratiebron en zijn film, waarin de hoofdrolspeler Ralph Fiennis zowaar op Zweig lijkt, thematiseert enkele van de problemen waarmee de schrijver vooral bezig was, zoals staatsgrenzen, paspoorten en andere hindernissen die mobiliteit en vrijheid hinderden.

“De interesse was er al, maar zij is op een enorme wijze toegenomen”, sinds Mr. Andersons film bij de opening van de Berlijnse Filmfestspiele werd getoond, zei Adam Freudenheim, de hoofddirecteur van Pushkin Press, bij wie een groot aantal van Zweigs’ boeken werd uitgegeven. “Dit heeft niet alleen met de film te maken. Het speelt ook een grote rol dat de mensen via sociale netwerken over Zweig horen en over hem praten. Dat was zes maanden geleden nog niet het geval en het heeft zonder twijfel rechtstreekse uitwerking op onze verkoopcijfers”. In The Society of the Crossed Keys, een begeleidend kunstboek bij de film, dat in Groot-Brittannië verkrijgbaar is, heeft Mr. Anderson enkele van zijn lievelingspassages uit Zweigs’ werk geselecteerd en in een gesprek met Mr. Prochnik legt hij uit wat hem daarin zo aanspreekt. Zweig biedt: “inzicht in een wereld die de meesten van ons niet kennen en zeer de moeite van het kennen waard is”.

De licht verteerbare schrijfstijl van Zweig en zijn voorliefde voor korte verhalen maakte hem in zijn tijd tot een schrijver wiens werk vaak als materiaal voor filmscripts diende. Er zijn meer dan 70 films die uit zijn teksten voortkomen. Brief einer Unbekannten is een opwindende geschiedenis over een obsessie (die wij heden ten dage “stalking” zouden noemen) is vier maal verfilmd en tevens als opera bewerkt. Dit leek zich nog voor het uitkomen van de film The Grand Budapest Hotel te gaan herhalen: Ein Versprechen, een bewerking van Reise in die Vergangenheit (Duitse titel: Widerstand der Wirklichkeit) verfilmd door Patrice Leconte, verscheen in april 2014 en een andere Franse regisseur, Bernard Attal, draaide Die Unsichtbare Sammlung, naar het gelijknamige verhaal van Zweig.

Op het Europese continent, waar Stefan Zweig nooit in die mate als in de Engelstalige wereld verdwenen was zijn ook aanwijzingen van een toenemende belangstelling. De roman De Laatste Dagen door Laurent Seksiks, die in de Franse taal vertelt over de laatste zes maanden van Zweigs’ leven, is in de Verenigde Staten uitgegeven bij Pushkin Press en tot een bestseller uitgegroeid. Tenslotte werd Volker Weidemanns’ Ostende:1936, Sommer der Freundschaft, een in het Duits geschreven studie van Zweigs’ verhouding tot zijn collega, de Oostenrijkse romanschrijver Joseph Roth kortgeleden uitgegeven en uitgesproken positief becommentarieerd.

Niet iedereen deelde echter de geestdrift voor Stefan Zweigs’ werk, zoals een bekend artikel in de Londense Review of Books uit 2010 bewees. Hierin kenmerkte de dichter, criticus en vertaler Michael Hofman  zijn werk als “miserabel” en Zweig zelf als “de Pepsi onder de Oostenrijkse schrijvers”. Maar zelfs deze uitval van Mr. Hofman droeg bij aan de toenemende aandacht voor Zweig.  Daaraan dragen ook Anthea Bells’ schitterende nieuwe vertalingen bij. Mrs. Bell, die hiervoor de stripverhalen van Asterix en de Sprookjes van Hans Christiaan Andersen vertaald had, wordt er breed gedragen voor gewaardeerd Zweig een frisse, eigentijdse klank te hebben gegeven.

De Braziliaanse schrijver Alberto Dines, die als kind  Zweig leerde kennen en de biografie Tod im Paradis: die Tragödie Stefan Zweigs schreef, wees erop dat dit bepaald niet de eerste opleving van belangstelling voor Zweig is. Er was eerder, vlak na de Tweede Wereldoorlog, toen zijn late werken werden uitgegeven, al een opflakkering geweest, die herhaald werd in 1981 bij zijn honderdste verjaardag. De huidige opleving, die Dines  een “Zweig-manie” noemt verschilt volgens hem van de vorige, omdat dit het gevaar van mythologisering met zich meebrengt dat hem ongemerkt tot een persoon uit zijn eigen verhalen maakt, waarbij fictie en werkelijkheid door elkaar heen lopen. Dines pleit ervoor Zweig te zien als een pleitbezorger van “pacifisme, tolerantie en gemeenschappelijkheid”, die uiteindelijk ten offer valt van de opkomst van obscuur denken en duistere figuren. Hij meent dat ieder tijdperk zijn eigen Zweig kent die zijn bodem vindt op onze eigen verlangens en vage nostalgie.

Larry Rohter in de New York Times van 28 mei 2014

Comments are closed.